Publication / Algemeen recht

Vuilnisrecht?!

Vuilnisrecht?!

3-01-2013

Donderdagavond, zappend op de bank, schiet me weer te binnen dat in principe op vrijdag het vuil wordt opgehaald. Ik zeg ‘in principe’ omdat het de laatste tijd wel vaker voorkomt dat het vuil op zaterdag wordt opgehaald in plaats van op de officieel aangekondigde vrijdag. En aangezien dat - als het dan toch op een vrijdag gebeurt - weleens dermate vroeg kan zijn dat ik nog niet naar buiten ben geweest, is het in huize Murray goed gebruik geworden om al donderdagavond de vuilnistonnen buiten te zetten. Ogenschijnlijk een handeling die zonder al te veel nadenken moet kunnen plaatsvinden, vormt het buiten zetten van de vuilnistonnen voor mij weer de perfecte gelegenheid te mijmeren over de juridische status van vuilnis. Vuilnisrecht, dus!

Vuilnis komt in verschillende hoedanigheden terug in het recht. Zo stond in een Belgische strafzaak centraal in hoeverre de dakloze Steven de Geynst op 22 maart 2010 strafbaar handelde toen hij twee zakken muffins wegnam uit een afvalcontainer van de GB Supermarkt in Rupelmonde, Belgie. De supermarkt had ze daarin gegooid omdat ze ‘gedeukt’ waren. (De advocaat van) De Geynst stelde zich op het standpunt dat er geen sprake kon zijn van diefstal - het zonder recht wegnemen van een goed van een ander - omdat de supermarkt door de muffins in haar afvalcontainer te deponeren afstand had gedaan van haar eigendomsrecht. Het Openbaar Ministerie dacht daar anders over en vond dat er door de supermarkt niet zonder meer afstand was gedaan van haar eigendomsrecht maar dat een overdracht van de eigendom aan de vuilnisophaaldienst beoogd was en dus dat er sprake was van diefstal. In hoger beroep werd de al snel als ‘muffin man’ aangeduide verdachte door het Hof van Beroep in Gent vrijgesproken van diefstal. Dit overigens niet zozeer omdat de supermarkt, door de muffins weg te gooien, afstand had gedaan van haar eigendomsrecht, maar omdat in het verleden het De Geynst, die zoals de supermarkt wist principieel tegen voedselverspilling was, wel werd toegestaan afval mee te nemen.

Bleef de hamvraag bij het Belgisch hof dus in het midden, naar Curacaos recht wordt algemeen aangenomen dat het enkele plaatsen van vuilnis op straat niet betekent dat van het vuilnis afstand is gedaan. In artikel 5:18 van het Burgerlijk Wetboek is letterlijk het volgende bepaald:
‘Het eigendom van een roerende zaak wordt verloren, wanneer de eigenaar het bezit prijsgeeft met het oogmerk om zich van de eigendom te ontdoen’.
Behalve de daad van het plaatsen van de vuilniston op straat is dus tevens vereist dat u het oogmerk heeft om u van de eigendom van het vuilnis in de ton te ontdoen. Treffend is in dat verband het voorbeeld van het olieverfschilderij ‘Zicht op Delfshaven’ van J.H. van Mastenbroek dat sedert november 2010 onderwerp is van een geschil tussen de voetbalclub Sparta en een niet nader aangeduid heerschap. De man beweerde dat tussen 1997 en 1999 gedurende de grote verbouwing van Het Kasteel, het stadion van Sparta in Rotterdam, het schilderij, tussen allerlei rommel en lekke ballen, door hem ‘gevonden’ werd in kruiwagen op weg naar een afvalcontainer achter de schaftkeet van de aannemer Ballast Nedam. De Rechtbank Rotterdam oordeelde op 7 september 2011 [LJN: BS8694] dat niet gebleken was dat Sparta het oogmerk had zich te ontdoen van de eigendom van het schilderij dat zij (dan wel haar rechtsvoorgangers) nota bene sedert 1930 in haar eigendom had. De man, die in beeld kwam omdat hij in november 2010 in het televisieprogramma ‘Tussen kunst & kitsch’ parmantig het schilderij toonde, werd door de rechtbank nog wel in staat gesteld te bewijzen dat hij erop mocht vertrouwen dat Sparta zich van het schilderij wilde ontdoen. Vooralsnog is, na een tweede tussenvonnis van de rechtbank in november 2011, de procedure nog niet geëindigd.
In de bekende strafzaak tegen de inmiddels overleden drugscrimineel Charles Zwolsman speelde het zich ontdoen van vuilniszakken een bescheiden bijrol. De opsporingambtenaren hadden, nadat Zwolsman zijn vuilnis, net als ik, op straat had gezet, zich met naarstige spoed de vuilniszakken toegeëigend en de inhoud daarvan aan een onderzoek onderworpen. Zo ontdekten de brave speurders dat Zwolsman tickets had gekocht voor vluchten van Amsterdam - Tanger (Marokko), terwijl uit eerder recherchewerk al was gebleken dat de drugs uit Marokko kwamen.   De advocaat van Zwolsman voerde in cassatie aan dat het plaatsen van de vuilniszakken op straat door Zwolsman slechts bedoeld was als overdracht aan de vuilnisophaaldienst en dus niet het afstand doen van zijn eigendomsrecht ten gunste van een ieder en voorts dat met het doorzoeken van zijn vuilnis zijn recht op privacy geschonden werd. In zijn uitspraak van 19 december 1995 [NJ 1996, 246] maakte de Hoge Raad korte metten met het civielrechtelijk gezever en oordeelde (in r.o. 8 e.v.) dat degene die vuilniszakken ter inzameling aanbiedt geacht moet worden de eigendom van die zakken en van de inhoud daarvan te hebben prijsgegeven en dat niet kan worden gezegd dat degene die de zakken op straat plaatst voor wat de inhoud daarvan betreft objectief gezien een redelijke verwachting heeft omtrent de bescherming van zijn privacy.

Geachte lezer, in de wetenschap dat het doorzoeken van vuilnis ook bij het opsporen van allerhande fraude dankbaar wordt aangewend, durf ik te wedden dat u uw vuilnis ineens geheel met andere ogen bekijkt! Maar ja, u heeft niets te vrezen, toch …………..?!

Algemeen recht Publications

Read more publications