Publication / Algemeen recht

Plasrecht?!

Plasrecht?!

19-12-2013

Zoals wel vaker dwaalden mijn gedachten af naar het bestaan van een relatie tussen alledaagse zaken en het recht. Ditmaal bevond ik mij staand voor een urinoir op de vijfde etage in de Bijenkorf in Amsterdam in gedachten verzonken op zoek naar de relatie tussen urineren en recht. Zou de vloeibare donatie die ik al richtend op een denkbeeldige vlieg in het urinoir deed als een schenking kunnen worden aangemerkt?

Een schenking is anders dan veelal gedacht wordt geen eenzijdige handeling. Sterker nog, in het recht wordt een schenking aangemerkt als een bijzondere soort overeenkomst. En zoals voor iedere overeenkomst geldt, geldt ook voor een schenkingsovereenkomst dat die tot stand komt door het aanbod van de één en de aanvaarding daarvan door de ander. Als zodanig veronderstelt de totstandkoming van een schenking dan ook de betrokkenheid van minimaal twee personen terwijl het enkele feit dat er sprake is van een overeenkomst al met zich meebrengt dat over en weer rechten en plichten gecreëerd worden. Kenmerkend voor een schenking is dat tegenover de ene prestatie, dat een goed of een dienst kan behelzen, geen verplichting tot betaling of het verrichten van een tegenprestatie of wederdienst staat.

Jaren geleden tijdens mijn studie rechten in Amsterdam was het standaardvoorbeeld om de logica van het voorgaande te illustreren een gevulde vuilniszak die pardoes gedeponeerd werd door de één  op het balkon van een ander. De verbouwereerde ontvanger die vroeg wat dit te betekenen had, kreeg toegebeten niet zo te moeten zeuren en blij te moeten zijn omdat er sprake was van een schenking. U begrijpt dat dit niet opgaat!

Doorgaans wordt, anders dan in het kneuterige Nederland, voor het gebruikmaken van het toilet in publieke gelegenheden in Curaçao geen geld in rekening gebracht, terwijl voor de ontvangen urine evenmin betaald wordt. Dat lijkt dus een element van schenking in zich te hebben. Het exacte moment van aanbod en aanvaarding is lastig vast te stellen, maar beredeneerd zou kunnen worden dat het enkele openstellen van het toilet een geanticipeerde algemene aanvaarding behelst van het aanbod urine te schenken. Dat vervolgens ter verwerking van die schenking aan de ontvanger in eigendom toebehorende water voor het doorspoelen, mogelijk toiletpapier en daarna water en zeep voor het handen wassen moet worden aangewend, doet in beginsel niet af aan de schenking. Gelijk het geval dat ik u een theezakje schenk en u vervolgens uw eigen water moet koken en desgewenst daar suiker aan moet toevoegen.

Maar zoals ik zei, kenmerkt een overeenkomst, dus ook een schenkingsovereenkomst, zich door het ontstaan van rechten en plichten en daar gaat de vergelijking mank. Indien partijen een schenking overeenkomen kan de schenker zich niet eenzijdig uit de overeenkomst terugtrekken en staat de ontvanger volkomen in zijn recht nakoming van de schenkingsovereenkomst af te dwingen, desnoods via de rechter. Het is ondenkbaar dat met succes door de winkel of het restaurant waar het toilet zich bevindt, wordt afgedwongen dat het goudgele vocht wordt geproduceerd en afgegeven. Immers bestaat er aan de kant van de – bij hoge nood ongetwijfeld - gulle gever geen verplichting tot het schenken van de urine.

Is het hele toileteergebeuren dan rechteloos? Gelukkig niet. Mij dunkt namelijk dat ten aanzien van het toiletgebruik in een openbare gelegenheid sprake is van een overeenkomst sui generis, een op zich zelf staande – eigenzinnige - overeenkomst, zeg maar de ‘toileteerovereenkomst’, die gekenmerkt wordt door een aantal elementen. Van de zijde van de eigenaar van het toilet mag mijns inziens verwacht worden dat het toilet schoon en verlicht is, doorgespoeld kan worden, dat de toiletruimte goed afgesloten kan worden, dat toiletpapier aanwezig is en dat er gelegenheid bestaat tot het wassen (en drogen) van de handen na gebruik van het toilet. Van de gebruiker mag verwacht worden dat hij het toilet gebruikt voor het doel waarvoor het bestemd is, netjes achterlaat en niet meer dan noodzakelijk water en toiletpapier gebruikt.

Ik moet bekennen dat in de Bijenkorf in Amsterdam de overeenkomst naar de regel wordt nageleefd. Gelukkig maar, want zeg nou zelf…………….. ik weet niet van u, maar iedere door mij geconstateerde schending van de per definitie  ongeschreven toileteerovereenkomst maakt mij pisnijdig!

Algemeen recht Publications

Read more publications