Publication / Algemeen recht

White lie-recht?!

White lie-recht?!

25-06-2016

Een ‘white lie’ ofwel in het Nederlands een ‘leugen om bestwil’ wordt doorgaans omschreven als een leugentje (in de verkleinde en verondersteld minder erge vorm dus) om een voor de toehoorder pijnlijke waarheid te maskeren. Zeg maar, een leugen(tje) met een goed doel!

Zo zijn, volgens een heuse website voor meiden (www.girlscene.nl) leugentjes over het vrouwelijk gewicht, het aantal lovers en de dooddoeners ‘ik ben al onderweg’ en ‘ik zie je berichtje nu pas’, voorbeelden van leugentjes die tot de top acht van leugens behoren die ieder meisje gebruikt. Eerder sprak ik in ‘Liegrecht?!’ over de raakvlakken tussen ronduit liegen en recht. Maar bestaat er ook een verband tussen goedbedoelde leugens, leugen(tje)s om bestwil, zo u wil, en recht?

Al in de Mahābhārata uit het oude India figureert de leugen om bestwil en wordt een leugen om een leven te redden toegelaten geacht. Ik dacht echter aan minder ingrijpende leugens en vrijwel direct schoten mij twee voorbeelden te binnen. 

Allereerst schoot mij het voorbeeld te binnen van verklaringen, keurig ondertekend door de werkgever, waarin gesteld wordt dat die of gene in vaste dienst is van het bedrijf van de werkgever en maandelijkse een bepaald bedrag verdient. Dat soort verklaringen zijn in trek bij lokale banken die er naar verluidt genot uit scheppen op schrift bevestigd te krijgen dat de leningzoekende in kwestie in vaste loondienst is van een (hopelijk) respectabele werkgever (die uiteraard ‘verzocht’ zal worden de maandelijkse aflossing en rentebetaling prompt op het loon in te houden en af te dragen aan de vriendelijke bank). Menig werkgever onderkent de problematiek van personeelsleden met een tijdelijk contract ofwel een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, die graag de spiksplinternieuwe bolide van hun dromen gefinancierd wensen te krijgen maar nul op het rekest ontvangen omdat de anderszins financieringsgezinde bank er de voorkeur aan geeft dat slechts te doen voor mensen die in vaste dienst zijn ofwel een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd hebben. Geen nood!

De werkgever pent, indachtig voormelde ‘kinderachtigheid’ van de bank, neer dat meneer of mevrouw leningzoekende in vaste dienst is van de werkgever. Teneinde ook daar de werknemer ter wille te zijn is de werkgever vaak ook bereid om de maandelijkse overurenuitkering als onderdeel van het salaris op te nemen, althans zo aan de bank te presenteren. Een leugentje om bestwil om een personeelslid aan een lening te helpen? 

Daarna schoot mij geheel willekeurig te binnen het ‘gebruik’ van huisartsen om – met een significante verhoging (om in medische termen te blijven) op de maandagochtend en de donderdagochtend – op eerste verzoek van de patiënt deze subiet arbeidsongeschikt (‘AO’ voor ingewijden) te verklaren. In het, nu ook medici de computer en printer ontdekt hebben, steeds minder voorkomende zwierige, typisch onleesbare doktershandschrift, wordt op de meest cryptische wijze genoteerd dat dies of gene tot en met de door de geneesheer/dame (en op dat punt welhaast als hedendaagse toekomstvoorspeller) precies geduide datum arbeidsongeschikt is verklaard. Nu heb ik me laten vertellen dat een enkeling onder de volgelingen van Hippocrates zelfs een stapeltje ‘AO-briefjes’, zoals dit soort epistels in de wandelgangen heet, bij voorbaat ondertekent en het aan het medisch inzicht (en humeur) van de receptioniste c.q. doktersassistente laat afhangen of het felbegeerde, letterlijke vrijbriefje wordt verstrekt of niet. Ook een op basis van een bij voorkeur kortdurend telefonisch consult geconstateerde arbeidsongeschiktheid kan leiden tot het triomfantelijk afhalen van het felbegeerde schrijven. Dienstverlening pur sang ofwel een leugentje om bestwil om een hardwerkende patiënt enkele dagen (extra) vrij te gunnen?

In het recht wordt er wat dit soort leugens betreft geen onderscheid gemaakt tussen grove leugens en een leugentje om bestwil. De werkgever in het eerste voorbeeld maakt zich in strafrechtelijke zin mogelijk schuldig aan valsheid in geschrifte (artikel 2:184 Sr) of zelfs aan (medeplichtigheid aan) oplichting (artikel 2:305 Sr) van de bank. In civielrechtelijke zin komt het spreekwoordelijke boontje vaak voor zijn loontje in die zin dat de behulpzaam bedoelde (leugen-om-bestwil-)brief in een ontslagprocedure door de werknemer tegen zijn (ex-)werkgever wordt gebruikt om kracht bij zijn stelling te zetten dat hij wel degelijk in vaste dienst is en het door de werkgever schriftelijk opgepimpte salaris maandelijks toucheert waarbij uiteraard verwezen wordt naar het goedbedoelde schrijven dat de (inmiddels beteuterd kijkende) werkgever daarover aan de bank richtte.

Maar ook de patiënttevredenhoudende huisarts die op de dagen waarop de twee AO-dagen het hardst nodig zijn – te weten op maandagochtend na een rough weekend of op donderdagochtend in anticipatie op een rough weekend – zonder blikken of blozen (soms dus zelfs zonder de patiënt gezien te hebben) op schrift verklaart dat zijn patiënt AO is maakt zich mogelijk schuldig aan van valsheid in geschrifte. 

Het tot 2011 geldende oude Wetboek van Strafrecht van Curaçao stelde in artikel 233 strafbaar ‘de geneeskundige […] die opzettelijk een valse verklaring afgeeft […] nopens het al of niet bestaan of bestaan hebben van ziekten, zwakheden of gebreken […]’ en wel met een gevangenisstraf van maximaal drie jaar. Op het opzettelijk gebruik van de valse medische verklaring ‘als ware de inhoud in overeenstemming met de waarheid’ stond voor de vaak wel(vrij)willende patiënt een gelijke straf.

In het nieuwe Wetboek van Strafrecht is de voormelde strafbepaling bewust geschrapt. Niet omdat het handelen niet meer strafbaar geoordeeld werd, maar vanwege de door de wetgever geoordeelde noodzaak om onduidelijkheden weg te nemen. Het gevolg van de schrapping van het oude artikel is dat het strafbaar handelen van de arts nu valt onder het bereik van het algemeen artikel over valsheid in geschrifte, te weten het hiervoor aangeduide artikel 2:184 Sr, waar een maximale gevangenisstraf van zes jaar op staat!

Tsja, een leugentje om bestwil of white lie, zoals u wilt ………. ‘recht praten (of beter gezegd: schrijven) wat krom is’, strekt in het recht – alle goede bedoelingen ten spijt –vaak verder dan slechts maskeren van de waarheid en meestal ten nadele van de schrijver (en in strafrechtelijke zin ook de gebruiker)! 

Uit: Liber Donum?! Geschenkboek ter gelegenheid van het twintigjarig jubileum van Mirto F. Murray in de advocatuur, Boom juridisch, Den Haag, 2016 [ISBN 978-94-6290-222-0]

Algemeen recht Publications

Read more publications